Het ontwerpen van een software-architectuur is werk voor ervaren specialisten, die goed op de hoogte zijn van de technologische mogelijkheden. Onze gestructureerde werkwijze waarborgt dat het ontwerp voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen:
Onze specialisten maken tijdens de ontwikkeling van de software-architectuur voortdurend gebruik van het Informatiepalet als instrument om zeker te stellen dat de uiteindelijke architectuur binnen het informatiebeleid van de organisatie past.
AIM hanteert een generiek architectuur-model, waarbinnen geen onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende applicaties of informatiesystemen. Er is in principe dus maar één architectuur, die van toepassing is voor de gehele informatievoorziening.
Er bestaan echter verschillende mogelijkheden om het architectuur-model van AIM in de praktijk te gebruiken. De keuze voor een specifieke vormgeving van het model is afhankelijk van doelstellingen in het informatiebeleid en de beschikbare technologie.
Ten behoeve van het "ontsluiten" van de informatievoorziening ten opzichte van de structuur van het bedrijfsproces (workflows e.d.) wordt specifieke Business Process Management functionaliteit gedefinieerd. De invulling daarvan kan variëren van specifieke, statische besturingscomponenten tot mogelijkheden, waarbij de organisatie zelf de mogelijkheid heeft om de besturing te wijzigen.
Het is de taak van het Integration Platform om de, ten behoeve van de ontwikkeling verdeelde, functies weer samen te voegen tot voor de organisatie betekenisvolle functionaliteit. De keuze voor het Integration Platform is in belangrijke mate bepalend voor de onderlinge "insluiting" van softwarecomponenten.
Binnen het AIM-concept wordt deze "insluiting" pas minimaal, als het Integration Platform gebruik kan maken van een gemeenschappelijke interface, waarmee alle individuele functies via een specifiek protocol met alle andere functies kunnen communiceren.
Een Service Oriented Architecture, waarbij gewerkt wordt met een Enterprise Service Bus past uitstekend binnen het AIM-concept. Extra voordeel is dat er veel technologische mogelijkheden zijn om deze architectuur in een specifieke situatie te implementeren.
Het gebruik van specifieke technologie leidt tot "insluitingsfactoren" die, juist vanwege de voortdurende stroom van technologische innovaties, op zichzelf ongewenst zijn. Het is de rol van het Technology Platform om, via gespecialiseerde componenten, de andere componenten van de gebruikte technologie af te schermen.
Binnen AIM wordt er bij de opzet van de architectuur naar gestreefd om zoveel mogelijk "insluiting" te vermijden. Tegelijkertijd is het de opzet om het aantal "insluitingsfactoren" per individueel softwarecomponent zo laag mogelijk te houden.
Dat leidt tot een gelaagde ordening van componenten in een besturingslaag, een applicatielaag, een servicelaag en een adaptorlaag. In feite is iedere laag gespecialiseerd rond een specifieke set "insluitingsfactoren".